Blog

Afgelopen maandag presenteerde minister Kaag in de beleidsnota ”Investeren in perspectief” haar visie op Buitenlandse handel & Ontwikkeling aan geïnteresseerde bedrijven en organisaties. Hier sprak een integere minister die duidelijk gepokt en gemazeld is in het vak, maar wel een die moet opereren binnen een kabinet dat het terugdringen van ‘migratiedruk’ hoog op de agenda heeft staan. En dat wringt.

Armoedebestrijding staat centraal in de nota die de internationale Duurzame Ontwikkelingsdoelen (sustainable development goals of SDGs) als leidraad gebruikt. We zijn daarom verheugd dat Nederland vasthoudt aan bestaande beleidsterreinen, zoals bijvoorbeeld voedselzekerheid en landbouw, water en klimaat. Ontwikkelingssamenwerking vereist een lange adem en in deze sectoren zijn de afgelopen jaren immers de fundamenten gelegd voor duurzame en schaalbare resultaten. Ook juichen we de versterkte aandacht voor jeugdwerkgelegenheid toe, juist omdat dit efficiënt kan gebeuren binnen de bestaande aandachtsgebieden. De Minister zet ook sterk in op gendergelijkheid, een onderwerp waar Nederland traditioneel sterk in is.

Toch staat de focus op armoedebestrijding onder druk. De aandacht voor de SDGs zal verwateren door andere 'pijlers' aan de ontwikkelingsagenda toe te voegen zoals de preventie van conflict en migratie alsmede het verbeteren van de internationale positie van ondernemend Nederland. De toekomst zal uitwijzen hoe deze opeenstapeling van doelstellingen in de praktijk wordt gebracht. Zelfs voor een gedreven politica wordt het een tour de force om de hoofddoelstelling van armoede bestrijden centraal te zetten in een vier-partijen coalitie.

Leefden in 1990 nog 1850 miljoen mensen in extreme armoede, nu zijn dat er nog 700 miljoen. In de allerarmste landen heeft ontwikkelingssamenwerking daarbij een cruciale rol gespeeld. De nota constateert terecht dat verdere vermindering van armoede onder druk staat. Het merendeel van de extra middelen die ter beschikking komen wordt echter niet hieraan besteed, maar gaat naar de opvang van vluchtelingen in de eigen regio. Zelfs bestaande ontwikkelingsbudgetten verschuiven gedeeltelijk naar veelal middeninkomenslanden in een ring rond Europa, om bij te dragen aan de aanpak van de grondoorzaken van migratie. Landen met de grootste armoede in Sub-Sahara Afrika en Azië worden hier de dupe van.

Armoedebestrijding kan op langere termijn bijdragen aan een stabielere wereld als onderdeel van een coherent beleid op het terrein van vrede en veiligheid, klimaat en ontwikkeling. Hoewel armoede een van de onderliggende oorzaken is van instabiliteit en gedwongen migratie, is de relatie tussen armoede, stabiliteit en migratie geenszins eenduidig. Het is volgens ons daarom wenselijk noch mogelijk om het terugdringen van 'migratie' naar Europa tot doel van ontwikkelingsprogramma's te maken.

Minister Kaag houdt het Nederlandse bedrijfsleven voor dat de SDG’s “een verstandig verdienmodel” zijn. Dat het bedrijfsleven een voortrekkersrol kan vervullen in economische groei in arme landen staat buiten kijf. Maar onderzoeken wijzen erop dat inclusieve groei vooral wordt gedreven door lokale bedrijven. Het wegnemen van handelsbarrières in Afrika en Azië is zeker zo belangrijk voor armoedebestrijding als handel vanuit Europa naar Afrika en Azië. De nota geeft enige vage bewoordingen over het verduurzamen van handel en het belang van een internationaal gelijk speelveld. Financiering lijkt echter vooral gericht op export bevordering, inclusief het opzetten van een agentschap voor exportpromotie, Invest-NL. Werkgeversorganisatie VNO-NCW is dan ook erg te spreken over de nieuwe nota en ziet het nieuwe beleid als een middel om “meer voet aan de grond te krijgen buiten Europa”.

Nederland kan trots zijn op de bijdrage die het levert aan de sociale en economische ontwikkeling van mensen die in armoede leven. Nederlandse belastinggelden helpen niet alleen miljoenen directe begunstigden. Wellicht belangrijker is het kick-starten van markten, sterkere lokale overheden, en wereldwijd honderdduizenden beter getrainde professionals. De effectiviteit van de Nederlandse bijdrage staat echter op losse schroeven wanneer beleid dat primair gericht is op hulp aan de allerarmsten, wordt doorweven met Nederlandse handels- en migratiedoelstellingen. Ontwikkeling vergt een consistent beleid met een lange adem.